TEST 72: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Vrolijk - draaien - huur - kerstfeest - nog - onderscheid - prachtig - rode - taxi - tien - weer - weinig - worden - zon - zult -

1. málo času > tijd
2. (Nejpozději) za tři měsíce musíte opět vycestovat. > In drie maanden moet u het land verlaten.
3. Veselé Vánoce! > Vrolijk ! / Prettige kerstdagen!
4. Veselé Velikonoce! > Pasen!
5. zestárnout > oud
6. bez rozdílu > zonder
7. Chtěl bych sladké červené víno. > Ik wil graag een zoete wijn.
8. slunce vychází > de gaat op
9. Do hotelu jsem jel taxíkem. > Ik nam een naar mijn hotel.
10. pokoje k pronajmutí / na pronájem > Kamer te
11. asi deset let > ongeveer jaar
12. stále ještě / pořád ještě > altijd
13. Musíte počkat. > U moet even wachten. / U moeten wachten.
14. vyhlídka > een uitzicht
15. vytáčet číslo > een nummer

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!