50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


01/05/2026
1
0
0:00 sec
Yes

Testen 1

Willekeurig
Ga naar testnummer:

0/10

Klik op een woord!
1.ik en jij と あなた 
2.een, twee, drieいち、 、さん 
3.Het kind houdt van chocolademelk en appelsap.子供は ココアと りんごジュース 好きです 。 
4.De afwas is vuil.食器が れて います 。 
5.Ik wil graag naar de luchthaven. 港に 行きたいの です が 。 
6.Houd je van varkensvlees?豚肉は 好き で か ? 
7.Waar is de bushalte?バス停は どこ です ? 
8.Waar is het kasteel?お城は どこ す か ? 
9.Neem zonnecrême mee.日焼け止めクリームを 持って いき さい 。 
10.Ik heb een boormachine en een schroevendraaier nodig.ドリルと ね 回しが 要ります 。