50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


01/16/2026
1
0
0:00 sec
Yes

Testen 1

Willekeurig
Ga naar testnummer:

0/10

Klik op een woord!
1.ik en jijja a  
2.een, twee, driejeden, dva,  
3.Het kind houdt van chocolademelk en appelsap.Dieťa má rado a jablkovú šťavu.  
4.De afwas is vuil.Riad je .  
5.Ik wil graag naar de luchthaven.Chcel by som ísť letisko.  
6.Houd je van varkensvlees? rád (rada) bravčové mäso?  
7.Waar is de bushalte?Kde je zastávka?  
8.Waar is het kasteel? je zámok?  
9.Neem zonnecrême mee.Zober so krém na opaľovanie.  
10.Ik heb een boormachine en een schroevendraaier nodig.Potrebujem a skrutkovač.  
ty
tri
kakao
špinavý
na
Máš
autobusová
Kde
sebou
vrták