TEST 71: Nederlands - Deens

Drag the word to the blank!
ambassaden - arbejder - arbejder - benklæder - bord - eftermiddagen - gal - hvidt - igen - kaffe - kl - kort - passer - tur - veksle -

1. tegen acht uur > omkring . 8
2. geld wisselen > penge
3. Een tafel voor ... personen graag. > Et til ... personer, tak .
4. een wandeling maken > gå en
5. het horloge loopt goed / het horloge loopt gelijk > uret
6. meteen daarna > lige efter / tid efter
7. Deze broek is te nauw. > Disse er for snævre.
8. hij werkt de hele dag > han hele dagen
9. Ik hoop dat we elkaar weerzien. > Jeg håber vi ses .
10. boos op iemand zijn > være på én
11. op de koffie vragen > invitere til
12. 's middags > om
13. Studeer je of werk je? > Studerer du eller du?
14. Kunt u mij vertellen, waar de ambassade is? > Kan De / du fortælle mig, hvor ligger?
15. zwart op wit > sort på

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!