50 languages

Date:
Test Number:
Score:
Time spent on test:
Beginner:


01/16/2026
2
0
0:00 sec
Yes

Testen 2

Willekeurig
Ga naar testnummer:

0/10

Klik op een woord!
1.wij beidennós os  
2.De vrouw houdt van sinaasappel- en grapefruitsap.A mulher gosta de sumo de laranja e de sumo de .  
3.Wie maakt de ramen schoon? é que limpa os vidros?  
4.Ik wil graag naar het centrum van de stad.Gostaria de ir ao centro / baixa.  
5.Hoe kom ik bij het station?Como é que à estação?  
6.Ik wil graag iets zonder vlees.Eu queria alguma sem carne.  
7.Wanneer begint de rondleiding?Quando que começa a visita guiada?  
8.Neem je zonnebril mee.Leva os óculos sol.  
9.Waar is de juweliersafdeling?Onde é que a bijuteria?  
10.Ik heb een ring en oorbellen nodig. preciso de um anel e de uns brincos.  
dois
toranja
Quem
à
chego
coisa
é
de
está
Eu