TEST 20: 日本語 - オランダ語
Drag the word to the blank!
Moet - citroen - contant - familie - gebeld - met - mogelijk - probleem - ring - uitzien - ver - verboden - weten - willen - zien -
1. 乗換えないとだめですか。 >
ik overstappen?
2. 困難なしに >
zonder
3. 我々は親戚です >
wij zijn verwant / wij zijn
4. 指輪を買いたいです。 >
Ik wil een
kopen.
5. 私たちに会いに来る気はありますか。 >
Zoudt U ons een bezoek
brengen?
6. 私は十分な現金を持っていません。 >
Ik heb niet genoeg
geld.
7. 貼り付け禁止 >
affiches te plakken
8. かっこ良い、きれい >
er goed
9. これは一方通行の道です。 >
Dit is een straat
eenrichtingsverkeer.
10. できるだけ早く >
zo snel
11. どうなるか分からない >
men kan nooit
12. まだどれくらいありますか。 >
Is het nog
?
13. テレビを見る >
op televisie
14. ベルが鳴っている。誰かドアの前にいる。 >
Er wordt
. Er is iemand aan de deur.
15. レモンを少しください。 >
Kunt u mij een schijfje
brengen?
Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our
LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!