TEST 7: 日本語 - オランダ語
Drag the word to the blank!
aan - beste - breed - brief - eitje - erg - geen - groet - hartelijke - kamers - nacht - plaats - ten - wonen - worden -
1. 元気でな。 >
Het
!
2. 卵をゆでる >
een ei koken / een
koken
3. 宜しくと伝える >
de
groeten doen
4. 幅5メートル >
vijf meter
zijn
5. 彼は政治家になりたい。 >
Hij wil politicus
.
6. 手紙をもらう >
een
ontvangen
7. 旅行は快適だった。 >
De reis was
prettig.
8. 泊まる >
de
doorbrengen / overnachten
9. 私は今お金を持っていない >
ik heb
geld bij me
10. 第一に / 第一番目に >
in de eerste
11. 終わる >
einde lopen / ophouden
12. 街中に住む >
in de stad
13. 電話を切らないで。 >
Blijft u
de lijn!
14. この家の部屋 >
de
van het huis
15. よろしく伝えて >
met vriendelijke
Copyright © 1997-2010 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our
LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!