TEST 21: magyar - holland

Drag the word to the blank!
Accepteert - Pasen - Verstaat - Waar - aanmaken - boek - eens - poetsen - tafel - vandaag - verboden - verder - verdieping - wat - zeep -

1. a felső emeleten > Op de bovenste .
2. Hányadika van? / Mi a mai dátum? > De hoeveelste is het ?
3. mást nem > niets / anders niets
4. húsvétra > met
5. tüzet gyújt > het vuur aansteken / een vuur
6. Èrt németül? > u Duits?
7. egy darab szappan > een stuk
8. egyetért > het zijn / akkoord gaan
9. tilos megállni > het is te stoppen
10. Milyen módon? > Op voor manier? / Op welke manier?
11. cipőt pucol > zijn schoenen
12. eltűnt a könyv > het is kwijt
13. Foglaltam egy asztalt. > Ik heb een gereserveerd.
14. Hol találok benzinkutat? > kan ik een benzinepomp vinden?
15. Csekket elfogad? > u ook cheques?

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!