TEST 94: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Wat - aardappeloogst - blijven - eigenlijk - gezegd - kwispelt - maar - moet - vallen - verzorgen - voor - wereld - zal - zeeziek - zit -

1. říci / přiznat otevřeně > eerlijk
2. Děkujeme za Váš zájem. > Dank u uw belangstelling.
3. přijít na svět > op de komen
4. Zůstaňe ležet! / Nevstávejte! > U moet liggen!
5. Zůstaňe ležet! / Nevstávejte! > U blijven liggen!
6. mít mořskou nemoc > zijn
7. padnout za oběť > ten prooi / het slachtoffer worden
8. obvázat ránu > een wond
9. celkem / přesněji řečeno >
10. Nenechte se rušit! > Gaat u gewoon door!
11. pes vrtí ocasem > de hond met zijn staart
12. klíč je v zámku > de sleutel in het slot
13. Co je ještě nového? > is er verder nog voor nieuws? / Verder nog nieuws?
14. dobrá úroda brambor > een goede
15. poslechnu jeho radu > ik zijn raad opvolgen

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!