TEST 93: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Nat - afwerpen - alstublieft - bijleggen - daarop - drukken - inpakken - over - pas - thuis - uitoefenen - waar - woedend - zakkenrollers - zwak -

1. čerstvě natřeno! > ! / Natte verf!
2. nést ovoce > vruchten / vrucht dragen
3. mít slabost pro > een hebben voor
4. na každém kroku > bij iedere stap / overal men gaat en staat
5. našel jsem ho doma > ik heb hem aangetroffen
6. Zabalte to, prosím. > Kunt u het inpakken? / Wilt u het inpakken?
7. Zabalte to, prosím. > Kunt u het inpakken? / Wilt u het alstublieft ?
8. Nech to na mne! / Poradím si sám! > Laat dat maar aan mij !
9. rozlobit se / naštvat se > worden
10. Pozor, kapesní zloději! > Pas op voor !
11. Spolehněte se (na to)! > Vertrouwt u !
12. kritizovat > kritiek
13. urovnat spor > de ruzie
14. stisknout knoflík / tlačítko > op de knop
15. rychlými kroky > met snelle / met snelle tred

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!