TEST 90: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Val - aangename - beschaafd - goed - heerlijk - hem - inbegrepen - ingaan - ligt - nota - ommezijde - plastic - schrijven - stoep - vijftien -

1. příjemná vůně > een geur
2. na (o)kraji ulice / silnice > op de / langs de straat
3. zacházet do podrobností > op bijzonderheden
4. napsat do sešitu > in een schrift
5. Obraťte / Otočte, prosím. > Zie ! / z.o.z.
6. Je plus patnáct (stupň). > Het is graden boven nul.
7. vede mu domácnost > zij doet het huishouden voor
8. cena zahrnuje vše kromě benzínu > alles , behalve de benzine
9. Neruš mne! > me niet lastig!
10. chutná to výborně / znamenitě > het smaakt
11. to je docela dobře možné / může být > dat kan wel zo zijn / dat kan best / dat is heel mogelijk
12. to není v mé moci > dat niet in mijn macht
13. Mohu dostat igelitovou tašku? / Máte igelitové tašky? > Hebt u een tas voor mij?
14. vzít něco na vědomí > iets voor kennisgeving aannemen / ergens van nemen
15. vzdělaný člověk > een ontwikkeld / mens

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!