TEST 86: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Waar - als - dienst - donker - eerlijk - familiekring - geval - graag - grootste - intellectueel - prijs - toon - verliezen - voortdurend - wil -

1. v rodinném kruhu > in / in de huiselijke kring
2. V těchhle brýlích vypadá jako intelektuál. > Hij ziet er uit met zijn bril.
3. v tmách / v temnotě > in het
4. říci / přiznat otevřeně > gezegd
5. jako bláznivý / jako blázen > een gek
6. Kde je katolický / evangelický kostel? > is de katholieke / protestantse kerk?
7. velmi závažný / velkého významu > van het belang
8. Neustále drží dietu. / Dodržuje dietu. > Zij is op dieet. / Zij is constant op dieet.
9. Chtěl bych proplatit cestovní šek. > Ik graag een reischeque / traveler's cheque inwisselen.
10. Plnou nádrž, prosím. > Vol, graag. / Voltanken .
11. dostat / vyhrát cenu > een winnen
12. potichu > op gedempte
13. prokázat službu > een bewijzen
14. (ta) věc je naléhavá > het is een urgent / het is dringend
15. ztratit vědomí > het bewustzijn

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!