TEST 80: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Hoe - Nazenden - aanbevolen - bewegen - gaat - hangt - holle - hoorn - huid - nodig - paar - tegen - treden - voorzien - weegschaal -

1. Přeslat! > Nasturen s.v.p.! / s.v.p.!
2. závisí to na něm > dat van hem af
3. mít hroší kůži > een dikke hebben
4. Jaký je kurs? > is de wisselkoers? Wat is de wisselkoers?
5. napište pár řádek > schrijft u eens een briefje / schrijft u toch een regels
6. leží mi to na srdci > dat mij ter harte
7. Nehýbejte se! > Niet ! / Geen beweging!
8. položit sluchátko > de neerleggen / erop leggen
9. Doporučil ji pro tuto práci. > Hij heeft haar voor de baan.
10. Potřebuji novou pneumatiku. > Ik heb een nieuwe band .
11. krýt potřebu > in de behoefte
12. proti očekávání > verwachting
13. vstoupit v účinnost / v platnost > in werking
14. dutý strom > een boom
15. zvážit > op de leggen

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!