TEST 79: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Nasturen - bestijgen - dutje - geld - heel - hier - invloed - openbaar - raad - schoenen - staat - stap - tolk - volgt - zin -

1. z celého srdce > van ganser harte / met mijn hart
2. v nejupřímnějším slova smyslu > in de ware van het woord
3. Očisti / Vyčisti si boty! > Poets je !
4. Přeslat! > s.v.p.! / Nazenden s.v.p.!
5. lézt na kopec / na horu > de berg beklimmen / de berg
6. mít vliv na / ovlivňvat > uitoefenen op
7. na každém kroku > bij iedere / overal waar men gaat en staat
8. Tam vpředu stojí ukazatel / cedule. > Verderop een wegwijzer / een bord.
9. zbylé peníze > de rest van het
10. zdřímnout si > een doen
11. Kdo je další? / Kdo je na řadě? > Wie ?
12. veřejně oznámit > maken
13. Plánujete zde zůstat natrvalo? / Chystáte se zde trvale žít? > Bent u van plan permanent te wonen?
14. umí si pomoci > hij kan voor zichzelf zorgen / hij weet
15. Potřebuji (pomoc) tlumočníka. > Ik heb een nodig die me helpt.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!