TEST 78: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Inrit - Wat - aan - aan - aanbod - controleren - ervan - komen - luide - mis - oliepeil - openen - over - veel - veranderd -

1. přijde na to > dat hangt af
2. mýlit se > zich vergissen / het hebben
3. nastoupit na místo ... > in de plaats van / de plaats innemen van
4. udělat / učinit nabídku > een doen
5. velmi se změnil > hij is erg
6. Vjezd! Neparkovat! > vrijhouden s.v.p.!
7. Uklouzl jsem na banánové slupce. > Ik ben uitgegleden een bananenschil.
8. Zkontrolujte stav oleje, prosím. > Wilt u het controleren?
9. Zkontrolujte stav oleje, prosím. > Wilt u het oliepeil ?
10. hlasitě > met stem
11. Co si o tom myslíte? / Co vy na to? > vind u daarvan?
12. Vodit psy na vodítku! > Honden aanlijnen! / Honden de lijn!
13. Otevřete, prosím, zavazadlový prostor / kufr. > Wilt u de kofferbak ?
14. vynaložit mnoho námahy na > moeite besteden aan
15. Vzorek najdete v příloze. > Bijgesloten treft u een voorbeeld .

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!