TEST 77: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Wat - Wilt - besloten - diep - hart - houden - houden - onder - onderscheid - scheef - slaan - slapen - treft - vermelden - waait -

1. dělat rozdíl > een maken
2. tělem a duší > met en ziel
3. křížem krážem > kriskras door elkaar / schots en
4. vést na vodítku / na šňře > aan het lijntje
5. venku vane vítr > buiten de wind
6. nespustit z očí / dohlédnout > in het oog
7. Zhluboka nadechnout! > haal adem!
8. zhluboka usnout / tvrdě spát > diep / vast
9. Zkontrolujte stav oleje, prosím. > u het oliepeil controleren?
10. to nestojí za řeč > dat is de moeite van het niet waard
11. Co s ním je? / Co se s ním děje? > is er met hem aan de hand?
12. pod zemí > de grond / aarde
13. rozhodl jsem se > ik heb
14. využít ... (gen.) / zužitkovat ... (akk.) > een slaatje uit / beter worden van / profiteren van
15. Vzorek najdete v příloze. > Bijgesloten u een voorbeeld aan.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!