TEST 70: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Duits - Handen - Makkelijk - Zoudt - aantrekken - betrouwbare - boven - door - gezakt - geïnteresseerd - hart - maximumsnelheid - verstand - weet - zakken -

1. z dobrého pramene / z dobrých pramenů > uit bron
2. z nedostatku ... > gebrek aan
3. v nejvyšší rychlosti > met
4. nad průměrem > het gemiddelde
5. obléci si čistou košili > een schoon overhemd
6. Velmi se zajímáme o Vaše výrobky. > Wij zijn erg in uw produkten.
7. Teplota postupně klesala. > De temperatuur is langzaam .
8. umí si pomoci > hij kan voor zichzelf zorgen / hij raad
9. To se lehce řekne! / To je snadno říct! > gezegd!
10. Hovoříte / mluvíte německy? > Spreekt u ?
11. ztratit odvahu > de moed laten / verliezen
12. ztratit soudnost > zijn verliezen
13. Ruce pryč! > thuis!
14. uvnitř > in het hartje / diep in z'n
15. Vyžehlete, prosím, tyto věci. > u deze kleren voor mij willen strijken?

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!