TEST 65: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Hoe - allerijl - gaat - hand - hart - inslaan - kiosk - ongeluk - oud - plekke - staat - trekken - verbruikt - waard - wilt -

1. s těžkým srdcem > met een bezwaard / met een bezwaard gemoed
2. žít z ruky do úst > van de in de tand leven
3. vést rovnou čáru / linii > een rechte lijn
4. Na Silvestra uspořádali večírek / párty. > Zij hebben met en nieuw een feest georganiseerd.
5. na každém kroku > bij iedere stap / overal waar men en staat
6. Za novinovým stánkem odbočte / zahněte. > U moet de straat na de inslaan.
7. Za novinovým stánkem odbočte / zahněte. > U moet de straat na de kiosk .
8. jak chcete > precies zoals u
9. Jak dlouho bude trvat ta oprava? > lang zal de reparatie duren?
10. Je možné si na místě zapůjčit (jízdní) kola? > Kun je daar ter fietsen huren?
11. ve spěchu > in / in allerhaast
12. Ten stroj spotřebuje mnoho elektřiny. > De machine te veel stroom.
13. Viděl jste tu nehodu? > Hebt u het gezien?
14. to nestojí za řeč > dat is de moeite van het vermelden niet
15. hodin(k)y se zastavily > het horloge stil

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!