TEST 61: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Schuif - bedden - diep - eigenlijk - gunstige - hun - iemand - kwestie - lichaam - noodzakelijk - op - registreren - straat - winst - ziekte -

1. přinášet zisky > opleveren
2. zůstat někomu věrný > trouw blijven
3. Váš vůz zadržuje dopravní provoz. > Uw auto houdt het verkeer .
4. na (o)kraji ulice / silnice > op de stoep / langs de
5. za výhodných podmínek > onder voorwaarden
6. Neházej vinu na mne! > de schuld niet op mij!
7. Nesuď (nikoho) podle zevnějšku. > Beoordeel mensen niet op uiterlijk.
8. chytit nemoc > een oplopen
9. lidské tělo > het menselijk
10. složitý / problematický bod > een moeilijke
11. Co vlastně chceš? > Wat wil je nou ?
12. podat zavazadlo > de bagage opgeven / afgeven / laten
13. Postele nebyly často převlékány. > De werden niet vaak genoeg verschoond.
14. považovat to za nutné > het nodig achten / het achten
15. uvnitř > in het hartje / in z'n hart

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!