TEST 56: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Kunt - broodje - cheeseburgers - dichtdraaien - gebrek - hotel - kiezen - optreden - slaan - staat - straat - vervoerd - vlijt - werking - zoals -

1. z nedostatku ... > door aan
2. živá ulice > een drukke
3. Zásilka zboží bude poslána vlakem. > De goederen zullen per trein worden.
4. díky píli / pilnosti > met / met ijver
5. bít holí > met een stok
6. jak chcete > precies u wilt
7. tak se věci mají > dat is hoe de zaak ervoor
8. zavřít kohoutek > de kraan
9. Je možné parkovat před hotelem / u hotelu? > Is er parkeergelegenheid voor het ?
10. Chcete vypovídat jako svědek? > Wilt u als getuige ?
11. Chtěl bych housku s kuřecím masem. > Ik wil graag een kip.
12. postavit se na ... stranu > partij voor
13. Spojte mne, prosím, s ... > u mij doorverbinden met ...
14. vstoupit v účinnost / v platnost > in treden
15. Dva hamburgry se sýrem, prosím. > Mag ik twee ?

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!