TEST 53: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
beantwoorden - best - bril - dragen - duidelijk - gebied - krijgen - kunnen - niets - pijn - ruzie - taxichauffeur - trekken - vatten - vergissen -

1. křičet bolestí > schreeuwen van de
2. Můžeme Vám nabídnout 10%ní slevu. > Wij u 10 procent korting geven.
3. nést ovoce > vruchten afwerpen / vrucht
4. mýlit se > zich / het mis hebben
5. na tomto poli > op dit
6. začít hádku s / začít se hádat s > beginnen met
7. nakreslit linku / namalovat čáru > een lijn
8. Taxíkář mne okradl / podvedl. > De heeft me opgelicht.
9. Je možné si objednat vegetariánské jídlo? > Is het mogelijk om vegetarische maaltijden te ?
10. sebrat odvahu > moed
11. nic nezůstalo / nezbylo > er is overgebleven
12. vidět něco jasně > zien
13. to je docela dobře možné / může být > dat kan wel zo zijn / dat kan / dat is heel goed mogelijk
14. Rozbil jsem si brýle. > Mijn is kapot.
15. vyřizovat poštu > de post

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!