TEST 44: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Even - aanzienlijk - gevaar - geval - hier - ieder - kraan - op - rest - verdienen - vertaler - wegwijzer - wijn - zetten - zit -

1. v každém vztahu > in opzicht
2. učinit vše (možné) > alles op alles / zijn uiterste best doen
3. Náhradní pneumatika je prasklá. > Er een gat in de reserveband.
4. za žádných okolností > in geen / onder geen beding
5. Tam vpředu stojí ukazatel / cedule. > Verderop staat een / een bord.
6. zavřít kohoutek > de dichtdraaien
7. Obstarej mi tlumočníka pro španělštinu a holandštinu. > Zorg voor een Spaans-Nederlands.
8. zbylí / ostatní lidé > de van de mensen / de overige mensen
9. ochutnám to víno > ik proef de
10. Zde nemůžete stát / parkovat. / Tady nemůžete nechat auto. > U mag de auto niet laten staan.
11. mimo nebezpečí > buiten
12. Platí velké / vysoké daně. > Hij betaalt een bedrag aan belasting.
13. Poslechni jeho radu! > Volg zijn raad !
14. Uvidíme! / To se uvidí! > Laat eens kijken! / Wacht eens! / denken!
15. vydělávat si na svůj chléb / na živobytí > zijn brood

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!