TEST 43: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Rijd - bedragen - best - buiten - door - een - genoeg - lijn - mist - omslaan - ondergegaan - rondte - televisietoestel - vind - welkom -

1. Tímto Vám účtujeme následující položky ... > Hierbij brengen wij u de volgende in rekening ...
2. Naštěstí jsme měli dost peněz. > Gelukkig hadden wij geld.
3. zahnout za roh > de hoek
4. nakreslit linku / namalovat čáru > een trekken
5. Obstarej mi tlumočníka pro španělštinu a holandštinu. > Zorg voor vertaler Spaans-Nederlands.
6. Udělá, co bude v jeho silách. > Hij zal zijn uiterste doen.
7. je mlha / je mlhavo > het is mistig / het
8. Jeďte pomalu! / Zpomalit! > langzamer!
9. okolo > in het rond / in de / rondom
10. slunce zapadlo > de zon is
11. Co si o tom myslíte? / Co vy na to? > Wat u daarvan?
12. zpaměti / nazpaměť > van / uit het hoofd
13. Opravář opravil naši televizi. > De elektricien heeft ons gerepareerd.
14. stále (znovu) > aan een stuk
15. Buďte vítáni! / Vítejte! > Welkom! / Wees !

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!