TEST 36: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Uitrit - bij - deed - eens - gesprek - hemelswil - iets - integendeel - lijn - opendoen - overhemd - tenten - tijd - uur - verdienen -

1. S motorem není něco v pořádku. / Zlobí mě motor. > Er is mis met de motor.
2. Hádej! > Raad !
3. Máte ještě místo pro dva stany? > Is er nog plaats voor twee ?
4. vést rovnou čáru / linii > een rechte trekken
5. vést rozhovor / hovořit s > een voeren met
6. na každém kroku > iedere stap / overal waar men gaat en staat
7. naopak >
8. Napsal / vypracoval rusko - francouzský překlad. > Hij de vertaling van Russisch naar Frans.
9. Neparkovat, výjezd! > vrijhouden!
10. bije pět hodin > het is precies vijf
11. To je dobrá příležitost vydělat si peníze. > Dat is een goede mogelijkheid om geld te .
12. Pospíšili jsme si, abychom přišli včas. > Wij hebben ons gehaast om op te komen.
13. roztáhnout záclonu > het gordijn opentrekken / het gordijn
14. Propána! / Proboha! > Goeie hemel! / Om 's !
15. svléknout si košili > het uittrekken

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!