TEST 34: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Spaans - eer - gezondheid - grens - hem - hoed - maat - mogelijkheid - noordkant - onder - openbaarheid - opstellen - vis - worden - zorgen -

1. Překládal ze španělštiny do angličtiny. > Hij maakte een vertaling vanuit het naar het Engels.
2. máte stejnou velikost > zij hebben dezelfde
3. Máte vařená kuřata nebo ryby? > Hebt u gekookte kip of gekookte ?
4. na hranici > aan de
5. za výhodných podmínek > gunstige voorwaarden
6. na veřejnosti > in de / in het openbaar
7. Na zdraví! > Op uw !
8. zařídit, aby > het regelen dat / ervoor dat
9. našel jsem ho doma > ik heb thuis aangetroffen
10. sejmout klobouk > je afnemen
11. sestavit seznam > een lijst
12. severní strana > de
13. To je dobrá příležitost vydělat si peníze. > Dat is een goede om geld te verdienen.
14. podle nejlepšího vědomí a svědomí > naar en geweten
15. rozlobit se > boos

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!