TEST 31: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
allergie - blijken - buiten - een - geven - halen - inwisselen - legitimatiebewijs - lijden - lol - mensen - moeilijke - niets - voor - weg -

1. přešla mě chuť > de is er voor mij af
2. dát dobrou radu > een goede raad
3. Máte u sebe průkaz totožnosti / občanský průkaz? > Hebt u een bij u?
4. být v nouzi / v nesnázích / mít těžkosti > nood / in nood zitten
5. Jak se tam nejlépe dostanu? > Wat is de beste om daar te komen?
6. Nepředjíždět! > Niet inhalen! / Verboden in te !
7. Chtěl bych proplatit cestovní šek. > Ik wil graag een reischeque / traveler's cheque .
8. mimo nebezpečí > gevaar
9. složitý / problematický bod > een kwestie
10. to se ukáže > dat zal
11. to vše bylo nanic > alles was voor
12. Toje nekuřácké oddělení. > Dit is coupé voor niet-rokers.
13. Doporučil ji pro tuto práci. > Hij heeft haar aanbevolen de baan.
14. určití lidé > bepaalde
15. Jste na něco alergický? / Trpíte nějakou alergií? > Bent u allergisch? / Hebt u last van ?

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!