TEST 27: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
alleen - bord - eens - gedaan - geërgerd - grote - hier - hout - indruk - kinderporties - komt - kosten - verdiend - wil - zijd -

1. široko daleko > wijd en
2. dělat dojem > maken
3. na mou útratu > op mijn
4. Tam vpředu stojí ukazatel / cedule. > Verderop staat een wegwijzer / een .
5. samotná myšlenka na / pouhé pomyšlení na > het idee al
6. Tato sůl pochází z Mrtvého moře. > Dit zout uit de Dode Zee.
7. Zde se podepište, prosím. > Wilt u tekenen?
8. Servírujete dětské porce? > Hebt u ook ?
9. Nesouhlasíme s Vaším výpočtem. > Wij zijn het niet met uw berekening.
10. Chtěl bych housku s kuřecím masem. > Ik graag een broodje kip.
11. Dne ... jsem Vám zadal objednávku. > Op ... heb ik een bestelling bij u .
12. to si nezasloužil > dat heeft hij niet
13. kousek dřeva > een stuk
14. Proto je tak rozzlobená / naštvaná. > Daarom is zij zo woedend / .
15. vysoká částka > een som geld

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!