TEST 24: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Hoe - Mijn - been - buurt - contactlenzen - doet - een - nieuw - over - reparatie - schilderij - staan - tijd - tolk - verschillen -

1. Můj dědeček bojoval ve válce. > grootvader heeft in de oorlog gevochten.
2. být dobrý chodec > goed ter zijn
3. být rozdílný >
4. Na Silvestra uspořádali večírek / párty. > Zij hebben met oud en een feest georganiseerd.
5. Kde mohu najít tlumočníka? > Waar kan ik een vinden?
6. Je tady poblíž nějaké nákupní středisko? > Is er een winkelcentrum in de ?
7. Nechal jsi zapnutou žehličku. > Jij hebt de strijkbout / het strijkijzer aan laten .
8. nechat opravit / dát do opravny > in geven / laten repareren
9. Tento obraz je mistrovský kousek. > Het is een meesterwerk.
10. on to jen tak dělá / on se jen tak dělá > hij alsof
11. Dne ... jsem Vám zadal objednávku. > Op ... heb ik bestelling bij u gedaan.
12. Co tvé bolesti zubů? > gaat het met je kiespijn?
13. trvat mu dlouho, než / potřebovat spoustu času na > veel besteden aan
14. stěžovat si na > zich beklagen
15. Ztratil jsem kontaktní čočky. > Ik ben mijn kwijt / verloren.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!