TEST 22: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Ligt - attent - beginnen - beschutting - daar - gebruik - helpen - leggen - punt - staat - uitnodiging - verdiepingen - voorwaarde - werkeloos - zouten -

1. o tom by se dalo diskutovat > valt over te twisten
2. Před upotřebením zatřepat! > Schudden voor !
3. přijmout pozvání > een aannemen
4. Rádi bychom Vás upozornili na ... . > Wij willen u graag op ... maken.
5. líbí se mi jeho způsoby / charakter > zijn manier van doen mij aan / ik hou van zijn karakter
6. být bez práce / být nezaměstnaný > zijn
7. zahájit / vzít útokem > met iets / iets aanpakken
8. Leží (to) u moře? > het aan zee?
9. chystat se (k) > op het staan om
10. hledat ochranu > schuilen / zoeken
11. pod podmínkou, že > onder dat
12. podat pomocnou ruku > iemand / iemand ondersteunen
13. solit jídlo > het eten
14. položit sluchátko > de hoorn neerleggen / erop
15. dvoupatrový dům > een huis met twee

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!