TEST 18: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
buiten - geduld - geld - gelegenheid - geur - hond - kan - namiddag - schrappen - ter - uitstaan - voorafje - voorraad - voorstellen - zakdoek -

1. příjemná vůně > een aangename
2. představit si něco > zich iets
3. Máme na skladě 100 kusů. > Wij hebben 100 stuks in .
4. mávat kapesníkem > met een wuiven
5. být schopen > in de zijn om
6. (brzy) odpoledne > vroeg in de middag / in de vroege
7. Je možné vzít s sebou psa? > Zijn honden toegestaan? / Mag je je meenemen?
8. leží mi to na srdci > dat gaat mij harte
9. nemohu ho vystát > ik kan hem niet
10. mimo provoz > werking
11. to by mohlo souhlasit > dat wel waar zijn
12. Pro začátek bych si dal (míchaný) předkrm. > Als wil ik graag verschillende voorgerechten.
13. ztratit trpělivost > het verliezen
14. vyškrtnout ze seznamu > van de lijst
15. vysoká částka > een grote som

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!