TEST 1: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Oordeelt - Pas - aan - belasting - ervaring - gaat - genoeg - inschakelen - nog - oorlog - partij - slaappillen - stuks - voor - zoeken -

1. všechno možné > van alles en wat / al het mogelijke
2. Můj dědeček bojoval ve válce. > Mijn grootvader heeft in de gevochten.
3. Máme na skladě 100 kusů. > Wij hebben 100 in voorraad.
4. Máte ještě místo pro dva stany? > Is er nog plaats twee tenten?
5. zapnout proud > de stroom
6. ze zkušenosti > uit
7. vedoucí strana > de leidende
8. Nerozplač to dítě! > Maak dat kind niet het huilen!
9. Chtěl bych prášky na spaní. > Ik wil graag een slaapmiddel. / Ik wil graag wat .
10. Platí velké / vysoké daně. > Hij betaalt een aanzienlijk bedrag aan .
11. hledat ochranu > schuilen / beschutting
12. do toho Vám nic není > dat u niets aan
13. Postele nebyly často převlékány. > De bedden werden niet vaak verschoond.
14. Posuďte sám! > u zelf!
15. Pozor, nebezpečí požáru! > op, brandgevaar!

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!