TEST 100: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Duits - Hoeveel - Knippen - Pasen - eerste - eten - hotel - jongelui - maaltijden - nul - spiegeleieren - vreemde - weer - wordt - ziek -

1. učit se německy / němčinu > leren
2. mě je špatně / zle > ik voel me beroerd / / niet lekker / niet goed
3. tři (teplá) jídla denně > drie per dag
4. připozdívá se > het laat
5. jíst vidličkou > met een vork
6. na velikonoce > met
7. Jaké je dnes počasí? > Hoe is het vandaag?
8. je mínus patnáct (stupň) > het is vijftien graden onder
9. Chtěl bych dvě volská oka. > Ik wil graag twee .
10. cizí jazyky > talen
11. mladí lidé > / jongeren
12. Do hotelu jsem jel taxíkem. > Ik nam een taxi naar mijn .
13. Kolik stojí ta jablka? > kosten deze appels?
14. poprvé > voor de keer
15. Prosím, ostříhat! > , alstublieft!

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!