TEST 98: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
drinken - eind - even - hoeveelste - iets - lichts - ongeluk - schoenen - straat - theater - voel - vragen - wilt - wilt - woord -

1. přejít ulici > de oversteken
2. jít do divadla > naar het / de schouwburg gaan
3. pít víno > wijn
4. daří se mi trochu lépe / mám se trochu lépe > het gaat een beetje beter / ik me een beetje beter
5. od začátku do konce > van het begin tot het
6. nepromluvit slovo > geen spreken
7. Vezměte si (to), prosím! > Vooruit, pakt U aan!
8. Chtěl bych něco lehkého (k jídlu). > Ik wil graag iets eten.
9. Chtěl bych raději něco levnějšího. > Ik wil graag goedkopers.
10. Co pijete? > Wat drinkt u? / Wat u drinken?
11. Co si přejete? > Wat u?
12. Kolikátého máme dnes? / Jaké je dnes datum? > De is het vandaag?
13. zout si boty > zijn uittrekken
14. prosit o prominutí > om vergeving / zich verontschuldigen
15. stalo se neštěstí > er is een gebeurd

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!