TEST 96: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Frans - algemeen - dekken - horen - interessant - kom - koud - kwalijk - leeftijd - liter - mijn - parkeren - rond - wil - zorgen -

1. dělat si starosti kvůli > zich maken over
2. najíst se do sytosti / do syta > genoeg eten / zich verzadigen / zich eten
3. Kdy přijdeš / přijedeš? > Wanneer je?
4. je v mém věku > hij is van mijn
5. celkově / všeobecně > in het
6. Chěl bych třicet litrů. > Ik wil graag dertig .
7. Chtěl bych / dal bych si světlé / tmavé pivo. > Ik graag een licht / donker biertje.
8. slyšet v rádiu > op de radio
9. umí / mluví francouzsky > hij spreekt
10. To jídlo je studené. > Het eten is .
11. Mohu zde (za)parkovat? > Mag ik hier ?
12. Toje zajímavý projekt. > Dat is een project.
13. bolí mne hlava > hoofd doet pijn
14. Promiňe! / Pardon! / Odpusťte! > Neemt u mij niet ! / Pardon!
15. prostřít (na) stůl > de tafel

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!