TEST 95: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Mag - Mag - Studeer - bij - correct - doet - doet - drink - graag - heen - nacht - salade - schuldig - uit - wilt -

1. rád piji víno > ik graag wijn / ik hou van wijn
2. zavinit ..., být vinen ... (gen.) > schuld hebben aan / zijn aan
3. jedné noci > op een
4. Dejte mi účtenku, prosím. > ik de rekening?
5. nemám u sebe (žádné) peníze > ik heb geen geld me
6. Chtěl bych plnou penzi. > Ik wil volpension.
7. Chtěl bych salát ochucený olejem a citronem. > Ik wil graag met een dressing van olie en citroen.
8. nic si z toho nedělám > het maakt mij niets
9. to je dobré / to mi dělá dobře > dat goed
10. to se nedělá > dat men niet / dat doe je niet
11. počítat správně > rekenen
12. Mohu zde (za)parkovat? > ik hier parkeren?
13. prošel okolo mne > hij liep langs mij / hij lette niet op mij
14. Studuješ nebo pracuješ? > je of werk je?
15. buďte tak hodný > u zo vriendelijk zijn

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!