TEST 88: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Neemt - bekend - blij - drie - einde - hele - jaar - klaar - koffer - liggen - moet - naam - vroeg - werken - zuiden -

1. těší mne > ik ben
2. těžce pracovat > hard
3. Zůstaňe tři dny ležet (v posteli). > U moet dagen bed houden.
4. Zůstaňe tři dny ležet (v posteli). > U drie dagen bed houden.
5. na jihu ... > ten van
6. na konci ulice > aan het van de straat
7. Napište (zde) vaše jméno a adresu. > Schrijft u hier uw en adres.
8. sbalit si kufry / sbalit svých pět švestek > zijn pakken
9. Ke stolu, prosím! > Aan tafel, alstublieft! / Het eten is !
10. je známo, že > het is algemeen dat
11. ležet v posteli > in bed
12. tento rok > dit
13. (po) celý týden > de week lang
14. Prosím za prominutí! > u mij niet kwalijk!
15. Vyjíždím zítra brzy ráno. > Ik vertrek morgen .

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!