TEST 83: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Hoe - Maakt - Neemt - anderhalf - anders - geen - kamer - links - oud - plaats - plus - reizen - tegenover - voorbij - wegenkaart -

1. Máte ještě volné pokoje? > Is er nog een vrij?
2. Máte mapu? > Hebt u een ?
3. léto je pryč > de zomer is
4. Jaké je dnes počasí? > is het weer vandaag?
5. je jí osmnáct (let) > ze is achttien jaar
6. Nedělej hlouposti! > Doe domme dingen! / Doe niet zo stom!
7. Nedělejte si starosti! > u zich geen zorgen!
8. jeden a půl >
9. jet vlakem > de trein nemen / per trein
10. jet vlevo > rijden
11. jinak nic / nic jiného > verder niets / niets
12. Kolik je 2 + 2? > Hoeveel is 2 + 2? / Hoeveel is twee twee?
13. Posaďte se, prosím! > Gaat u zitten! / Neemt u , alstublieft!
14. Posaďte se, prosím! > Gaat u zitten! / u plaats, alstublieft!
15. právě naproti > precies

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!