TEST 80: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Gelukkig - Kom - Kunt - Wat - aardig - als - belangrijk - drinkt - geluk - kaart - leuk - nieuwe - twee - uitzien - winter -

1. k snídani > voor ontbijt / ontbijt / bij het ontbijt
2. v zimě > in de
3. Přijďte za dva dny! > Komt u over dagen terug!
4. přinášet / přnést štěstí > brengen
5. Naštěstí je dnes tady. > is hij vandaag hier.
6. je to důležité > het is enorm voor mij
7. velmi se mi to líbí > dat vind ik heel
8. Ukažte mi to, prosím, na mapě. > Kunt u mij dat op de aanwijzen?
9. Ukažte mi to, prosím, na mapě. > u mij dat op de kaart aanwijzen?
10. to je od tebe hezké > dat is van je
11. Co pijete? > Wat u? / Wat wilt u drinken?
12. Co si přejete? > wilt u?
13. Pojď dolů! / Slez dolů! > naar beneden!
14. nové šaty > een jurk
15. vypadat špatně > er slecht

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!