TEST 79: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Een - anders - anders - avondeten - gebeurd - hebt - helpen - herhalen - lente - mis - nodig - paar - water - wijn - zonder -

1. někdo jiný > een ander / iemand
2. pár bot > een schoenen
3. jíst večeři > souperen / het nuttigen
4. na jaře > in de
5. jestliže proti tomu nic nemáte > als u er niets op tegen
6. bez jediné pochyby / bez pochyb > twijfel
7. nic víc > niets
8. piji raději víno než pivo > ik drink liever dan bier
9. Hned (to bude)! / Moment, prosím! > ogenblik, alstublieft!
10. to není nutné > het is niet
11. Co se děje? > Wat is er aan de hand? / Wat is er ?
12. voda se vaří > het kookt
13. Mohu Vám (nějak) pomoci? > Kan ik u ?
14. Prosím, zopakujte to. > Kunt u dat herhalen. / Wilt u dat .
15. stalo se neštěstí > er is een ongeluk

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!