TEST 76: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Spreekt - aan - dicht - hongerig - hout - interesse - kamer - kent - kijken - loopt - nieuws - poetsen - rust - verder - zout -

1. mít zájem o > hebben voor / geïnteresseerd zijn in
2. dívat se z okna > uit het raam
3. Zapni rádio! > Doe de radio !
4. Zavírat dveře! / Prosíme, zavírejte dveře! > Deur a.u.b.! / Deur sluiten a.u.b.
5. Jdi vedle, ať mám trochu klidu. > Ga de uit, zodat ik rust heb.
6. Jdi vedle, ať mám trochu klidu. > Ga de kamer uit, zodat ik heb.
7. ze dřeva > van
8. Je to (dost) slané? > Zit er in?
9. nejnovější zprávy > het laatste
10. jinak nic / nic jiného > niets / anders niets
11. umí / ovládá několik řečí > hij meerdere talen / hij kan meerdere talen spreken
12. moje hodinky se předcházejí > mijn horloge voor
13. Prosím vyčistit boty! > Kunt u mijn schoenen ?
14. Prosím, mluvte pomalu. > u alstublieft langzaam.
15. jsem hladový / mám hlad > ik ben / ik heb honger

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!