TEST 74: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Kunt - betalen - bezoek - dag - dus - gisteravond - het - hoe - iemand - klok - mijn - morgen - naar - trap - zending -

1. včera večer >
2. mít návštěvu / hosty > / gasten hebben
3. na schodech > op de
4. Obdrželi / dostali jsme Vaši zásilku. > Wij hebben uw ontvangen.
5. Vede tato silnice (přímo) do města? > Leidt deze straat rechtstreeks de stad?
6. jednoho dne > op een
7. platit své dluhy > zijn schulden
8. Podívej se (na hodinky), kolik je hodin! > Kijk op de klok laat het is!
9. hodin(k)y jdou přesně > het horloge loopt gelijk / de loopt gelijk
10. Rozumím! > Ik begrijp !
11. Prosím vyčistit boty! > Kunt u schoenen poetsen?
12. Prosím vyčistit boty! > u mijn schoenen poetsen?
13. brzy ráno > op de vroege ochtend / op de vroege
14. vykonat návštěvu u někoho > een bezoek brengen
15. Byla nemocná, a proto nepřišla. > Zij was ziek, kwam zij niet.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!