TEST 47: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Hoe - beter - dozijn - eens - geduld - gezondheid - groeten - heeft - huis - komen - luisteren - morgenavond - ogenblik - van - vies -

1. z kůže > leer
2. přijít příliš / moc brzo > te vroeg
3. přijde každým okamžikem > hij kan elk moment hier zijn / hij kan elk hier zijn
4. ušpinit se > zich maken / zich vuil maken
5. místnosti domu > de kamers van het
6. zítra večer >
7. být zdravý > gezond zijn / in goede verkeren
8. Jak se Vám daří? / Jak se máte? > gaat het met u?
9. Navštiv mě (někdy) ! / Přijeď někdy! > Kom langs!
10. Nevím, jestli má syna nebo dceru. > Ik weet niet of zij een zoon of een dochter .
11. Hezký / srdečný pozdrav > Hartelijke !
12. Polovina tuctu je šest. > Een half is zes.
13. poslouchat rádio > naar de radio
14. trochu trpělivosti > een beetje
15. stále se zlepšuje / (stále) lepší a lepší > steeds

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!