TEST 43: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Bedankt - aan - dag - dag - hardop - jas - kost - maken - middags - morgens - overstappen - rekenen - telefoonboek - vel - zoete -

1. číst nahlas > lezen
2. Děkujeme Vám za Váš zájem! > Hartelijk dank / voor uw sollicitatie.
3. Můžeme zapálit oheň > Mogen wij een kampvuur ?
4. (Ne)máte telefonní seznam? > Hebt u een ?
5. obléknout si kabát > de aantrekken
6. odpoledne > 's
7. ve čtyři hodiny ráno > om vier uur 's ochtends / om vier uur 's
8. nemohu za to > ik kan er niets doen
9. Chtěl bych sladké červené víno. > Ik wil graag een rode wijn.
10. list papíru > een papier
11. počítat správně > correct
12. Kolik stojí ta kniha? > Wat dat boek?
13. rozednívá se > het wordt licht / de breekt aan
14. pracuje > hij werkt de hele
15. Musím přestoupit? > Moet ik ?

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!