TEST 42: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Goedendag - avonds - breed - dank - een - even - glas - heeft - keer - leuk - niets - plezier - politiek - verstaan - volgen -

1. Děkujeme Vám za Váš zájem! > Hartelijk / Bedankt voor uw sollicitatie.
2. třicet metrů široký > dertig meter
3. Můžeme zapálit oheň > Mogen wij kampvuur maken?
4. Rád bych si zatelefonoval. > Ik wil graag telefoneren.
5. Jakou (to) má barvu? > Wat voor kleur / is het?
6. baví mne to > ik vind het / ik heb er plezier in
7. udělat někomu radost > iemand een doen
8. večer > 's
9. ještě jednou / znovu > nogmaals / nog een
10. nerozuměl jsem tomu slovu > ik heb het woord niet
11. jet po cestě / po trase > een weg
12. Chcete / přejete si malé nebo velké pivo? > Wilt u een klein of een groot bier?
13. mluvit / hovořit o politice > over praten
14. to neškodí > dat geeft / dat kan geen kwaad
15. Dobré ráno! / Dobrý den! > Goedemorgen! / !

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!