TEST 39: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
benzine - brengen - droge - een - gewoonlijk - groeten - iemand - iets - niks - niks - schoongemaakt - sigaret - sluiten - steeds - zich -

1. těšit se na něco > op iets verheugen
2. Přejete si ještě něco? / Další přání? > Hebt u nog nodig?
3. přinášet / přnést štěstí > geluk
4. být známý koho / znát koho > kennen
5. jako obvykle > zoals
6. Zavírat dveře! / Prosíme, zavírejte dveře! > Deur dicht a.u.b.! / Deur a.u.b.
7. Zavolejte mi, prosím, taxi! > Kunt u voor mij taxi bellen?
8. Chtěl bych suché bílé víno. > Ik wil graag een witte wijn.
9. to není tvoje věc > dat gaat je aan / dat is jouw zaak niet
10. to nepomůže > het heeft geen zin / het wordt niets / het wordt
11. Došel mi benzín. > Ik heb geen meer.
12. Pokoje byly špatně uklizeny. > De kamers werden niet goed .
13. kouřit cigaretu > een roken
14. pozdravujte ho ode mne > doet u hem de van mij
15. stále více > meer

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!