TEST 25: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Opent - ansichtkaarten - gebeurd - goeds - idee - komende - komt - krant - niemand - open - tafel - verhaaltje - wie - zitten - zoals -

1. číst noviny > de lezen
2. něco dobrého > iets
3. někdo / kdokoli > iemand / de een of ander / dan ook
4. příští neděli > aankomende zondag / zondag
5. Má ta restaurace otevřeno? / Mají otevřeno? > Is het restaurant ?
6. jako obvykle > gewoonlijk
7. Ke stolu, prosím! > Aan , alstublieft! / Het eten is klaar!
8. sednout si / nastoupit do auta > in de auto gaan
9. nikoho jsem neviděl > ik heb gezien
10. to je dobrý nápad > dat is een goed
11. Co se stalo? > Wat is er ?
12. pravděpodobně přijde > hij waarschijnlijk
13. Prosil bych dvě známky na pohled. > Ik wil graag postzegels voor twee .
14. Otevřete tento balík. > u dit pakket.
15. vyprávět příběh > een verhaal vertellen / een vertellen

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!