TEST 22: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Nietwaar - Rustig - Waar - aan - aanmaken - gaat - haast - hartelijke - posten - vannacht - vijf - voel - vrachtauto - wat - westen -

1. v pět hodin odpoledne > om uur 's middags
2. mě je špatně / zle > ik me beroerd / ziek / niet lekker / niet goed
3. nákladní auto > de / de vrachtwagen
4. na západě > in het
5. Jak? / Jakým způsobem? > Op voor manier? / Op welke manier?
6. zapálit / rozdělat oheň > het vuur aansteken / een vuur
7. Kde jsou sprchy? > zijn de douches?
8. odnést na poštu / poslat > / op de post doen
9. Kdy jede další vlak do ...? > Wanneer de volgende trein naar ... ?
10. Jen pomalu! / S klidem! > Kalmpjes aan! / aan!
11. Není tomu tak? / Není-liž pravda? > ?
12. Vezměte si (to), prosím! > Vooruit, pakt U even !
13. dnes v noci >
14. Spěchám. > Ik heb .
15. vyřídit hezký pozdrav > de groeten doen

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!