TEST 17: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Mijn - Zullen - brengen - een - gezien - hoofd - huis - kilometer - kwalijk - mijn - plakken - postzegel - verspillen - vroeg - wol -

1. z vlny / vlněné > van
2. Máme jít do zoologické zahrady / do zoo nebo do muzea? > wij naar de dierentuin of naar het museum gaan?
3. jít domů > naar gaan
4. Zítra mám zkoušku. > examen is morgen.
5. od rána do večera > van tot laat
6. odvézt do nemocnice > naar het ziekenhuis / vervoeren
7. Jeďte dál asi tak jeden kilometr. > Rijdt u ongeveer een door.
8. nikoho jsem neviděl > ik heb niemand
9. Do hotelu jsem jel taxíkem. > Ik nam een taxi naar hotel.
10. Toje zajímavý projekt. > Dat is interessant project.
11. bolí mne hlava > mijn doet pijn
12. Kolik stojí známka (na dopis) do ...? > Hoeveel kost een naar ... ?
13. Prosím za prominutí! > Neemt u mij niet !
14. ztrácet čas > tijd verliezen / tijd
15. Vylepování (plakátů) zakázáno! > verboden affiches te

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!