TEST 1: čeština - nizozemština

Drag the word to the blank!
Franse - Ja - Normaal - daar - geval - graag - heeft - kwaad - postzegels - reis - slecht - ver - ver - vrij - zachtgekookt -

1. v každém případě / na každý pád > in ieder
2. Šťastnou cestu! > Goede !
3. Jak daleko je to do ...? > Hoe is het naar ... ?
4. sbírat známky > verzamelen
5. je špatné / ošklivé počasí > het is weer
6. Je to ještě daleko? > Is het nog ?
7. vejce na měkko > een ei
8. Chtěl bych salát ochucený olejem a citronem. > Ik wil salade met een dressing van olie en citroen.
9. Jistě / Jasně! > , zeker!
10. to neškodí > dat geeft niets / dat kan geen
11. volné taxi > taxi
12. Normál nebo super? > of super?
13. způsobil mi bolest > hij mij pijn gedaan
14. francouzský jazyk / francouzština > de taal
15. Bude tam na nás čekat. > Hij zal op ons wachten.

Copyright © 1997-2012 by Goethe-Verlag GmbH München, Germany
All rights reserved. See our LICENSE AGREEMENT
FREE for private use, public schools and for non-commercial purposes only!