Language schools: Get 7% off!
LISA! Viajes de idiomas
Una selección de las
mejores escuelas del mundo
Poster set
Learn English
Lern Deutsch
TEST 86: español - neerlandés
Hebt - Mag - Wilt - alstublieft - breken - geval - gezond - goedkopers - groeten - hele - jaar - jaren - lezen - sigaretten - volgende -
1. (Él) no tiene más que / Tiene recién siete años >
hij is pas zeven
2. Salúdele / Déle recuerdos de mi parte >
doet u hem de
van mij
3. Hay cien años en un siglo. >
Er zijn honderd
in een eeuw.
4. Leer en voz alta >
hardop
5. Deme una porción de tarta, por favor. >
ik een stuk taart?
6. Mi abuelo es viejo pero saludable. >
Mijn grootvader is oud maar
.
7. ¡Deme su nombre y dirección, por favor! >
U mij Uw naam en Uw adres geven?
8. ¡Por favor, conduzca más despacio! >
Kunt U wat langzamer rijden,
?
9. ¿A qué hora sale el próximo tren hacia ... ? >
Wanneer gaat de
trein naar ... ?
10. ¿Tiene cigarrillos sin filtro? >
Hebt U
zonder filter?
11. ¿Tiene el listín telefónico / la guía telefónica? >
u een telefoonboek?
12. En todo caso / En cualquier caso >
in ieder
13. Toda la noche >
de
nacht / heel de nacht
14. Fracturarse la pierna >
een been
15. Quiero algo más barato. >
Ik wil graag iets
.
Copyright © 1997-2008 by Goethe-Verlag GmbH * Postfach 15 20 08 * D-80051 München, Germany
All rights reserved. Fax +49-89-74790012
Please support this language project by using our link to shop at Amazon: